Vanaf wanneer is er sprake van een zeer belangrijk nadeel ? (vraag voor opdrachtnemers)

De omvang van het door de opdrachtnemer geleden nadeel wordt uitsluitend beoordeeld op basis van de elementen die eigen zijn aan de opdracht in kwestie. 

Bij opdrachten voor werken moet de omvang van het geleden nadeel ten minste 2,5 procent bedragen van het initiële opdrachtbedrag, opdat dit aanzien zou worden als een zeer belangrijk nadeel. Indien de opdracht geplaatst wordt op basis van de prijs alleen, op basis van de kosten of op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding waarbij het prijscriterium ten minste vijftig procent uitmaakt van het totaal gewicht van de gunningscriteria, is de drempel van het zeer belangrijk nadeel in elk geval bereikt vanaf volgende bedragen:

a)           175.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 7.500.000 euro en lager of gelijk is aan 15.000.000 euro;

b)           225.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 15.000.000 euro en lager of gelijk is aan 30.000.000 euro;

c)            300.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 30.000.000 euro.

Dezelfde werkwijze is van toepassing bij de opdrachten voor diensten die in bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten zijn opgenomen. Voor een oplijsting van deze diensten, zie bijlage.

Bij de opdrachten voor leveringen en diensten, andere dan deze opgenomen in de voormelde bijlage 1, moet de omvang van het geleden nadeel ten minste vijftien procent bedragen van het initiële opdrachtbedrag, opdat dit aanzien zou worden als een zeer belangrijk nadeel.

30 maart 2020