Aanbeveling omtrent het gebruik van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument

FEDERALE OVERHEIDSDIENST

KANSELARIJ VAN DE EERSTE MINISTER

Overheidsopdrachten - advies van de commissie voor de overheidsopdrachten - Aanbeveling omtrent het gebruik van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument na de uiterste omzettingsdatum van richtlijnen 2014/24/EU en 2014/25/EU

In haar zitting van 21 maart 2016 heeft de Commissie voor de overheidsopdrachten de volgende aanbeveling geformuleerd omtrent het gebruik van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument bedoeld in artikel 59 van richtlijn 2014/24/EU. Deze bepaling zal hoofdzakelijk worden omgezet door middel de artikelen 72 en 149, § 3, van het wetsontwerp inzake overheidsopdrachten dat ter bespreking voorligt in de Kamer van Volksvertegenwoordigers (DOC 54 1541/001).

Ondertussen werd het standaardformulier dat aangewend moet worden voor het UEA aangenomen op Europees niveau. Dit is gebeurd door middel van de uitvoeringsverordening 2016/7 van de Europese Commissie van 5 januari 2016 houdende een standaardformulier voor het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (Publicatieblad van de Europese Unie van 6 januari 2016).

Vanaf de uiterste omzettingsdatum, meer bepaald vanaf 18 april 2016, wordt het de aanbestedende overheden in de zin van artikel 2, 1°, van de wet van 15 juni 2006 aanbevolen om het UEA te aanvaarden ten titel van voorlopig bewijs in vervanging van de documenten of certificaten die door de overheden of door derden worden afgeleverd ter bevestiging van het feit dat de betrokken kandidaat of inschrijver zich niet bevindt in een situatie van uitsluiting, beantwoordt aan de toepasselijke selectiecriteria en, desgevallend, aan de regels en criteria betreffende de beperking van het aantal kandidaten.

Tot aan de datum van inwerkingtreding van de wettelijke en reglementaire bepalingen tot omzetting van de richtlijnen 2014/24/EU en 2014/25/EU in Belgisch recht, blijven de bepalingen van artikel 60, § 1, van het koninklijk besluit plaatsing klassieke sectoren van 15 juli 2011, artikel 65, § 1, van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren van 16 juli 2012 en van artikel 42, § 1, van het koninklijk besluit van 24 juni 2013 betreffende de mededinging in het raam van de Europese Unie van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten, van toepassing.