De informatie op deze website wordt vanaf 29 juni 2022 niet meer bijgewerkt. Vanaf dat moment vind je alle geactualiseerde informatie van de FOD Beleid en Ondersteuning (BOSA) op de website www.bosa.belgium.be.

Wet van 18 mei 2022 tot wijziging van wetten inzake overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten

De wet van 18 mei 2022 tot wijziging van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en de wet van 17 juni 2016 betreffende de concessieovereenkomsten, werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 30 mei 2022 (p. 45136). In deze wet worden een aantal wijzigingen aangebracht aan de regeling omtrent “corrigerende maatregelen”, als gevolg van het arrest van het Hof van Justitie van 14 januari 2021 in de zaak C-387/19. Daarnaast worden er een aantal wijzigingen aangebracht aan de bepalingen inzake uitsluitingsgronden. Bovendien wordt het artikel inzake “derdenrechten op schuldvorderingen” opnieuw ingevoerd in de klassieke sectoren en in de concessiewet. Tot slot bevat de  voormelde wet een aantal bepalingen omtrent “schone voertuigen”. Deze zijn gericht op de omzetting van richtlijn 2019/1161/EU van 20 juni 2019 inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen.

Wat dit laatste aspect betreft worden een aantal referentieperiodes vastgesteld die gekoppeld worden aan minimumstreefcijfers. Deze wijzigingen leiden ertoe dat elke aanbesteder, voor de overheidsopdrachten voor de aankoop, leasing, huur of huurkoop van de voertuigen, voor de betreffende vervoersdiensten en voor de openbaredienstcontracten, een aantal minimumstreefcijfers zal moeten naleven.

Wat de regeling omtrent corrigerende maatregelen betreft, werd verduidelijkt dat de kandidaat of inschrijver, overeenkomstig arrest C-387/19, niet meer in alle gevallen op eigen initiatief de corrigerende maatregelen moet voorleggen van bij aanvang van de plaatsingsprocedure.

Wat de facultatieve uitsluitingsgronden betreft, werd namelijk bepaald dat de bewijzen van eventuele corrigerende maatregelen in principe niet meer op eigen initiatief van de ondernemer moeten worden voorgelegd. Alvorens een ondernemer uit te sluiten, moet de aanbesteder de ondernemer met andere woorden in principe nog de mogelijkheid bieden om corrigerende maatregelen voor te leggen, althans wat de facultatieve uitsluitingsgronden betreft. De aanbesteder kan echter van dit mechanisme afwijken door middel van een bepaling in die zin in de opdrachtdocumenten. Hiervoor gelden wel verschillende voorwaarden. Voor nadere toelichting hieromtrent wordt verwezen naar artikel 70, § 3, van de wet van 17 juni 2016 (ingevoegd door artikel 7 van de wet van 18 mei 2022) en naar de commentaar bij de overeenkomstige bepaling in de Memorie van Toelichting (namelijk de toelichting bij artikel 5 van het wetsontwerp).

Wat de verplichte uitzonderingsgronden betreft zal de ondernemer de bewijzen van corrigerende maatregelen echter nog steeds op eigen initiatief moeten voorleggen. In de opdrachtdocumenten moet wel verwezen worden naar deze verplichting. Meer bepaald moet een verwijzing worden opgenomen naar het artikel 70, § 2, tweede lid, van de wet van 17 juni 2016.

De nieuwe bepalingen omtrent corrigerende maatregelen zijn reeds in werking getreden. De andere wijzigingen op het vlak van de uitsluitingsgronden treden in werking op 09/06/2022. Dit is ook het geval voor de bepalingen omtrent schone voertuigen (bijvoorbeeld de aanvang van de eerste referentieperiode) en voor de bepaling omtrent derdenrechten op schuldvorderingen.